Posities in het veld

De verschillende posities in het veld.

Het speelveld wordt in de volgende 3 verschillende zones opgedeeld: de aanvalszone, de transitiezone en de verdedigingszone. Wij gaan je in dit bericht precies uitleggen wat deze verschillende zones inhouden. En wanneer je in welke zone moet gaan staan.

De padelbaan is in totaal 20 meter lang en 10 meter breed. Dit betekent dat je als team een speelveld van 10×10 meter moet verdedigen. Individueel bedek je dus een zone van 10 meter lang en 5 meter breed. Bij het dekken van je zone is je positionering op de baan van groot belang!

 

Aanvalszone

De aanvalszone bevindt zich aan het net. In deze zone heb jij het initiatief en dring je de tegenstander in het achterveld ( de verdedigingszone). Bij de aanvalszone is het van belang dat je de tegenstander tot een fout dwingt. Je doel is dus niet om een mooie ‘winner’ te slaan. Als je in de aanval staat blijf je geduldig en wacht je af tot je de perfecte bal van je tegenstander terug krijg. In de aanvallende positie kun je het de tegenstander moeilijk maken door volleys richting de hoeken van het veld te spelen. Het is voor de tegenstander altijd moeilijk om een bal via de wand uit de hoek van het veld weer gecontroleerd terug te spelen. Ook kun je de Bandeja spelen waardoor de bal laag van de wand afkomt. Wanneer de perfecte bal komt, kun je de rally afmaken door een ‘winner’ te slaan. Maar onthoud goed dat je de wedstrijd altijd wint door minder fouten te maken dan je tegenstander!

Transitiezone

De transitiezone is de positie waar je nooit moet staan. Deze zone is enkel de overgangszone om je van de aanvallende positie naar de verdedigende positie te verplaatsen, en andersom. Tijdens een rally moet je voorkomen om in deze zone te staan. De tegenstander kan de bal namelijk makkelijk op je voeten spelen waardoor jij veel moeite zult hebben om de bal terug te spelen.

Verdedigingszone

De verdedigingszone neem je in wanneer de tegenstanders aan het net staan. In deze positie probeer je simpelweg te overleven. Je probeert de bal terug te spelen naar de tegenstander. Dit kan met een lob of met een strakke bal over het net. Een strakke bal door het midden spelen werkt altijd, omdat je tegenstanders gaan twijfelen wie de bal terug moet slaan. In de verdedigende positie probeer je ook geduldig te zijn. Zodra je een goede lob speelt, kun je de aanvalspositie overnemen. Je dringt in dat geval namelijk je tegenstanders de verdedigingszone in.

“Bij padel draait het om geduld”

Wil je op de hoogte blijven van weetjes en informatie over padel? Volgs ons dan op Facebook en Instagram. Hier posten wij wekelijks video’s, weetjes en informatie over alles dat met padel te maken heeft

Een reactie plaatsen